Prioriteitscodes geven aan hoe een melding operationeel is aangemaakt. De betekenis en schrijfwijze verschillen per discipline. Een hoge prioriteit zegt niet automatisch wat de uiteindelijke ernst ter plaatse is.
Bij brandweerberichten wordt vaak “P 1” of “Prio 1” gebruikt voor spoed. “P 2” duidt doorgaans op een lagere spoed. Politieberichten kunnen ook andere prioriteitsniveaus bevatten, waaronder prio 3 of 4. De monitor bewaart de originele aanduiding en maakt daarnaast een genormaliseerde numerieke waarde voor filtering.
A1 wordt gebruikt voor een urgente ambulance-inzet waarbij tijdkritische hulp nodig kan zijn. A2 is eveneens een urgente inzet, maar met een andere urgentiebeoordeling. B-vervoer betreft doorgaans gepland of besteld vervoer. Regionale systemen en tekstformaten kunnen variëren, waardoor een parser voorzichtig moet omgaan met codes als B1, B2 of vrije tekst.
De prioriteit is een dispatchkenmerk. Het is geen medische diagnose, geen definitieve incidentbeoordeling en geen garantie dat een voertuig met optische en geluidssignalen rijdt. Een melding kan bovendien later worden aangepast.
De software zoekt aan het begin en in herkenbare delen van een bericht naar A1, A2, B-codes, P1 tot en met P4 en het woord PRIO. De gevonden code wordt als apart attribuut gepubliceerd. Het originele bericht blijft leidend wanneer een code niet betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Gebruik prioriteiten voor filtering en samenvatting, niet voor conclusies over slachtoffers, schade of actuele veiligheid.